Sinds september 2024 werkt Nina Phillips bij To Interface. Niet in de dagelijkse realisatie op de bouwplaats, maar aan de programmamanagementkant. We vroegen haar hoe dat er in de praktijk uitziet.

Hoe verhouden project- en programmamanagement zich tot elkaar?

“Voor mij gaat projectmanagement over het helpen regelen van werkzaamheden in verschillende fasen binnen de bouw en veelal op locatie. Als projectmanager weet je wat er moet gebeuren en breng je disciplines samen. Ikzelf, in mijn rol als programmasecretaris, doe dat ook, maar al in het voortraject. Ik neem plaats aan tafel vóórdat er een schop de grond in gaat en help de lijn neerzetten waarlangs de projecten lopen.”

Hoe uit dat zich op de werkvloer?

“Veel van mijn collega’s zitten in de realisatiefase: dicht op de aannemer, het contract, de uitvoering. Ik zit veel meer op de vragen in het stadium daarvoor. Ik bewaak het overzicht, delegeer en zorg ervoor dat alle randvoorwaarden op orde zijn, zodat verantwoordelijken goede besluiten kunnen nemen. Vaak zijn daar meerdere routes voor. Ik vind het leuk om die uit te stippelen en zaken te regelen. Oplossingen liggen lang niet altijd voor de hand en juist daarin schuilt de uitdaging. Des te mooier als je dingen dan toch geregeld krijgt!”

Dat klinkt minder als een strak to-do-lijstje en meer als regelmatig bijsturen. Hoe ga je daarmee om?

“Je moet het oké vinden dat je niet elke dag het lijstje afwerkt dat je diezelfde ochtend hebt bedacht. Je moet ruimte houden om te prioriteren en opnieuw te kijken: wat is nú nodig? Gaandeweg kom je bijvoorbeeld zaken tegen waar nog geen eigenaar voor is, maar waar wél iets moet gebeuren om het geheel vooruit te helpen. De benodigde contacten help je dan op gang.”

Verbinden en eigenaarschap nemen staan dus centraal. Hoe vul jij dat in?

“Je moet met veel mensen praten om zicht te houden op de voortgang en samen vooruitgang te boeken. Dan helpt het als je het leuk vindt om stakeholders aan elkaar te koppelen. Stel: aan de ene kant zit iemand die zich bezighoudt met materialenpaspoorten, aan de andere kant een collega die verantwoordelijk is voor een dataprogramma. Voor hen voelt dat als twee aparte sporen, terwijl ik dan juist veel overlap zie. Dan is mijn rol om te zeggen: volgens mij moeten jullie eens samen om tafel.

Veel gaat informeel: bij het koffieapparaat, in één-op-één-gesprekken. Vaak hoor je dat er vergelijkbare vraagstukken spelen, en dat ieder die vanuit zijn of haar eigen rol benadert. Dan help je werk te bundelen, duidelijk af te spreken wie wat oppakt en bestaande kennis te benutten in plaats van het wiel opnieuw uit te vinden. Zulke kleine, praktische dingen zorgen ervoor dat de rest niet stil komt te liggen. Dat past heel goed bij hoe we bij To Interface naar verbinding en eigenaarschap kijken.”

Benieuwd naar onze openstaande vacatures?

Bekijk onze vacatures